Zondag 11 oktober 2026 om 19.00 uur

Vredekerk
Voorganger(s): ds. Lennart van Berkel & Justin van der Laar
Tekst(en): 1 Koningen 19: 19-21
Ouderling(en): Peter Keijzer
Organist: Gerard Langerak

Collecte: 1. diaconie, 2. kerkrentmeesters
Locatie: Vredekerk

Wilt u meeluisteren? Klik op het oortje voor de Vredekerk:   

Orde van dienst:
Orgelspel
Thema: Er is sterkte in onze zwakheid
Welkom
Intochtspsalm 63: 1 + 2
Mijn God, Gij zijt mijn toeverlaat,
naar U, Heer, strekt zich mijn verlangen.
Mijn hart wil niets dan U ontvangen,
die leven zijt en leven laat.
O Heer, mijn ziel en zinnen smachten
en dorsten naar U in een land,
waarop de zon verzengend brandt, -
schenk Gij mijn leven nieuwe krachten.

Eens zag ik in uw tempelhof
U in uw glorie hoogverheven,
wiens gunst mij meer is dan het leven,
mijn lippen stamelden uw lof.
Mijn leven lang wil ik U prijzen,
uw naam aanbidden, want Gij voedt
mij met uw kracht, Gij schenkt mij moed.
O Heer, ik wil U dank bewijzen.

Stil gebed

Bemoediging en groet      

Vervolg intochtspsalm 63: 3
Wanneer ik wakend in de nacht
mijn geest bij U, Heer, laat vertoeven,
dan mag ik weer uw goedheid proeven;
uw hulp wordt nooit vergeefs verwacht.
Waar zich uw vleugels breed ontvouwden,
zing ik mij van mijn zorgen vrij.
Mijn ziel, Heer, is U zeer nabij,
door uw hand word ik vastgehouden.

Gebed

Lied 103c: 1 t/m 3
Loof de Koning, heel mijn wezen,
gij bestaat in zijn geduld,
want uw leven is genezen
en vergeven is uw schuld.
Loof de Koning, loof de Koning,
tot gij Hem ontmoeten zult.

Looft Hem als uw vaadren deden,
eigent u zijn liefde toe,
want Hij bergt u in zijn vrede,
zegenend wordt Hij niet moe.
Looft uw Vader, looft uw Vader,
tot uw laatste adem toe.

Ja, Hij spaart ons en Hij redt ons,
Hij kent onze broze kracht.
Hij bewaart ons, Hij ontzet ons
van de boze en zijn macht.
Looft uw Heiland, looft uw Heiland,
die het licht is in de nacht.

Lezing uit het Oude Testament: 1 Koningen 19: 19-21
19Elia ging weg van de Horeb. Toen hij Elisa, de zoon van Safat, aantrof was deze aan het ploegen. Ze waren aan het werk met twaalf span ossen; Elisa liep achter het twaalfde span. Elia liep op hem af en gooide zijn mantel over hem heen. 20Meteen liet Elisa zijn ossen in de steek en rende achter Elia aan. ‘Laat mij afscheid nemen van mijn vader en moeder,’ zei hij, ‘dan zal ik met u meegaan.’ ‘Doe wat je wilt,’ zei Elia. ‘Ik dwing je nergens toe.’ 21Elisa ging terug, slachtte zijn ossen, braadde het vlees op het hout van hun juk en bood het zijn knechten aan. Daarna ging hij met Elia mee als zijn dienaar.

Lied 27: 5 + 7
Laat mij toch nimmermeer uw toorn verwekken,
verstoot hem niet die U in zwakheid dient.
Zoudt Gij uw heerlijk aangezicht bedekken,
zo wordt mijn leven leeg en zonder vriend.
Gij zijt het enigst dat mijn hart bezit !
Van al mijn schatten bleef mij niets dan dit:
Gij zijt de helper die mij niet verlaat,
als vader en als moeder van mij gaat.

O als ik niet met opgeheven hoofde
zijn heil van dag tot dag verwachten mocht !
O als ik van zijn goedheid niet geloofde,
dat Hij te vinden is voor wie Hem zocht !
Wees dapper, hart, houd altijd goede moed !
Hij is getrouw, de bron van alle goed !
Wacht op den Heer, die u in zwakheid schraagt,
wacht op den Heer en houd u onversaagd.

Overdenking

Lied 939: 1 + 2
Op U alleen, mijn licht, mijn kracht,
stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht,
leidt mij Uw hand, U blijft nabij.
Uw vrede diep, Uw liefde groot,
verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament,
U bent de grond waarop ik sta. 

U werd een mens, U daalde neer,
in onze pijn en schuld en strijd.
U droeg de last, verrezen Heer,
die ons van elke vloek bevrijdt.
U sloeg de zonden aan het kruis
en brengt ons bij de Vader thuis,
want door Uw bloed, Uw levenskracht,
komen wij vrij voor God te staan.

Afkondigingen / mededelingen
Dankgebed
Voorbeden
Stil gebed
Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied 418
God, schenk ons de kracht
dicht bij U te blijven,
dan zal ons geen macht
uit elkander drijven.
Zijn wij in U een,
samen op uw wegen
dan wordt ons tot zegen
lachen en geween.

Niemand kan alleen,
Heer, uw zegen dragen;
zegen drijft ons heen
naar wie vrede vragen.
Wat Gij schenkt wordt meer
naar gelang wij delen,
horen, helpen, helen, –
vruchtbaar in de Heer.

Vrede, vrede laat
Gij in onze handen,
dat wij die als zaad
dragen door de landen,
zaaiend dag aan dag,
zaaiend in den brede,
totdat in uw vrede
ons hart rusten mag.

God, schenk ons de kracht
dicht bij U te blijven,
dan zal ons geen macht
uit elkander drijven.
Zijn wij in U een,
samen op uw wegen
dan wordt ons tot zegen
lachen en geween.


Zending en Zegen
Gezongen amen





terug
×