|
Zondag 25 oktober 2026
om 09.30 uur
Vredekerk
Voorganger(s): ds. Renske Oldenboom, Delft
Tekst(en): Deuteronomium 6: 1-9 & Mattheus 22: 34-46
Ouderling(en): Suzanne van Zanten-Keijzer
Organist: Christian Hutter
Beamer: Jeroen Luijendijk
Streamer: Peter de Rijcke
Collecte: diaconie
Bijbellezer: Tonny Ridder-Bos
Collecte: 1. diaconie, 2. kerkrentmeesters
Locatie: Vredekerk

Klik op de button om mee te luisteren
Meekijken? Dit kan door te klikken op dit logo: of via 
Orde van dienst:
Welkom
Lied 130: 1 + 2
Drempelgebed, bemoediging en groet
Lied 283: 1 + 2 + 4
Kyriegebed
Loflied 305
Gebed bij de opening van het woord
Eerste lezing: Deuteronomium 6: 1-9
1Dit zijn de geboden, wetten en regels die ik u in opdracht van de HEER, uw God, moet leren en die u moet naleven in het land aan de overkant, dat u in bezit zult nemen. 2U moet voor de HEER, uw God, ontzag tonen door u te houden aan zijn wetten en geboden, zoals ik die nu aan u geef; dat geldt voor u, zolang u leeft, en voor uw kinderen en uw kleinkinderen. Dan zult u lang leven. 3Luister dus, Israël, en neem ze nauwlettend in acht. Dan zal het u goed gaan in het land dat overvloeit van melk en honing, en zult u sterk in aantal toenemen, zoals de HEER, de God van uw voorouders, u heeft toegezegd.
4Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! 5Heb de HEER, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht. 6Houd de geboden die ik u vandaag opleg steeds in gedachten. 7Prent ze uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg, als u naar bed gaat en als u opstaat. 8Draag ze als een teken om uw arm en als een band op uw voorhoofd. 9Schrijf ze op de deurposten van uw huis en op de poorten van de stad.
Lied 316: 1 + 4
Tweede lezing: Mattheus 22: 34-46
34Nadat de farizeeën hadden vernomen dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. 35Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 36‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38Dat is het grootste en eerste gebod. 39Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’
41Nu de farizeeën om Hem heen stonden, stelde Jezus hun deze vraag: 42‘Wat denkt u over de messias? Van wie is Hij een zoon?’ ‘Van David,’ antwoordden ze. 43Jezus vroeg: ‘Hoe kan David Hem dan, sprekend door de Geest, Heer noemen? Want hij zegt: 44“De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, tot Ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’” 45Als David Hem dus Heer noemt, hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?’ 46En niemand was in staat Hem een antwoord te geven, noch durfde iemand Hem vanaf die dag nog een vraag te stellen.
Lied 974: 1 + 2
Verkondiging
Orgelspel
Lied 838: 1 + 3
Gebeden, stil gebed, onze vader
Collecte
Slotlied 418: 1 + 2 + 3
Zegen

|